Eerst drijven, dan jagen: slim en met vertrouwen pre-competitief samenwerken

Geen enkele organisatie is tegen samenwerken. Want met samenwerken met andere organisaties kun je meer bereiken dan in je eentje. En vaak bespaar je ook nog eens tijd en geld.

Toch komen samenwerkingsverbanden tussen organisaties maar moeizaam van de grond. Bij samenwerking spelen immers niet alleen rationele gronden, zoals winst en succes, maar ook emotionele. Als doelen van organisaties dicht bij elkaar liggen kan samenwerken ook bedreigend zijn. Bijvoorbeeld als organisaties vergelijkbare klanten willen bereiken.

De grens tussen opportuun en bedreigend is echter rekbaar. Een bakker en een slager vinden het logisch en zeker niet bedreigend om samen in een winkelstraat handel te drijven. Juist het samenspel trekt klanten en vervolgens heeft ieder zijn eigen aanbod voor deze klanten. Maar er zijn ook winkels met hetzelfde aanbod die dicht bij elkaar gaan zitten, zoals meubelboulevards en industrieterreinen met autoshowrooms.

Bij mijn klanten gebruik ik de metafoor ‘eerst drijven, dan jagen’ om draagvlak voor samenwerking te creëren. In het onderdeel drijven komt de samenwerking tot uiting. Drijven is immers iets wat je juist samen doet. En deze samenwerking moet slim gesmeed worden zodat alle deelnemers een grotere opbrengst hebben bij hun individuele jacht, die op het drijven volgt. Bij drijven denk je aan: samenspel, elkaar vertrouwen, interactie,  gezamenlijk belang en pre-competitief. Bij jagen horen termen als: individueel, eigenbelang en competitief.

In het geval van de bakker en de slager en de meubelboulevards is de grens tussen drijven en jagen én de toegevoegde waarde van het gezamenlijk drijven helder. In de programma’s van mijn klanten is het vaak, vooral bij aanvang, nog niet zo evident. In een arbeidsmarkt met schaarste bijvoorbeeld, wordt in eerste instantie gegrepen naar beter wapentuig voor de jacht (advertenties, arbeidsvoorwaarden)  in plaats van te denken aan het gezamenlijk interesseren (drijven) van jongeren voor de gehele sector (gezamenlijke campagne, samenwerken met onderwijs). Het gehele proces en de locatie van het drijven moet in feite door de samenwerkende partijen nog uitgevonden worden. De winkelstraat is er nog niet, om in de metafoor te blijven.

5 praktische tips voor het opzetten van een slimme samenwerking volgens het drijven en jagen principe zijn:

  1. Creëer bij de toekomstige samenwerkers een mindshift van puur en alleen jagen naar een slimme combinatie van drijven en jagen. Gebruik voorbeelden en daag de partijen uit om alvast na te wennen aan het buiten de gebaande paden treden in ruil voor hogere opbrengsten tijdens hun jacht.
  2. Maak te verwachten successen van de samenwerking transparant: de te verwachten gezamenlijke resultaten, de te verwachten individuele resultaten, kostenbesparingen ent tijdsbesparingen. Dit zijn dé drijvers achter motivatie tot samenwerking.
  3. Baken het drijfveld en het jachtveld duidelijk af. Dit is voor de samenwerkende partijen duidelijk en dus veilig. Spreek goed af: ‘Hier wordt er nog samengewerkt en vanaf hier is het ‘ieder voor zich”
  4. Maak heldere afspraken over verwachtingen en taken bij het drijven. Bij een drijfjacht is het belangrijk dat iedereen meewerkt en dat iedereen zich aan zijn afgesproken taak (positie) houdt. Een gat in het cordon kan voor alle partijen funest zijn!
  5. Zorg voor een goede regisseur die het geheel, zowel het drijven als de jacht, goed overziet. Het is handig als deze partij belangeloos is of belang heeft bij het gezamenlijke belang. Het is een dienend leider, die stimuleert, motiveert en inspireert en zoveel mogelijk bij de samenwerkende partijen neerlegt.


11 comments to Eerst drijven, dan jagen: slim en met vertrouwen pre-competitief samenwerken

  • Perfect blog! Ga ik gebruiken om leden Nutrienten Platform te inspireren! Dank!

  • Pascal

    Om de metafoor nog wat verder door te drijven en te kijken naar de drijfjacht is er een ander punt wat nog niet benoemd is. De drijfjacht “drijft” op de samenwerking. Iedereen heeft daar een bepaald aandeel in; de een is goed in het opdrijven en de ander misschien in het villen van een gnoe. Maar het kenmerk is dat uiteindelijk de buit (de winst) eerlijk wordt verdeeld omdat er respect en waardering is voor elkaar, elkaars aandeel en talent daarin en men weet dat de een niet zonder de ander kan. Dus degene die als laatste de buit in handen heeft, stelt die ook ter beschikking aan de anderen in dat drijfjachtproces; ergo de buit wordt zelfs mee genomen naar het dorp en ter beschikking gesteld aan de vrouwen, kinderen en hulpbehoevenden (MVO in de oertijd zal ik maar zeggen).
    Die aanvulling lijkt me in deze tijd van hebzucht en ieder voor zich wel op zijn plaats. “Ieder voor zich voor ons allen” (bijna een van Kooten en de Bie slogan, maar dekt de lading aardig. )

  • Beste Pascal,

    Dank je wel voor deze mooie en waardevolle bijdrage!

    Ik schreef deze blog met een bepaalde casus in mijn hoofd: het samenwerken binnen de watersector om jongeren te interesseren voor water. De ‘buit’ zou dan een ingevulde vacature zijn.
    Vorige week leidde ik een workshop met dezelfde doelgroep en daar werd gesproken over ‘talentenpools': het delen van nieuwe jonge talenten zodat ze voor meer organisaties beschikbaar zijn. Dit blijkt voor de jongeren ook interessanter te zijn: die willen nl interessant werk (water, duurzaamheid) en vinden lange binding met 1 bedrijf niet belangrijk.

    Ken jij praktijkvoorbeelden? Daar ben ik heel benieuwd naar.

  • Pascal

    Beste Else,
    Mij lijkt een soort talentpool een prima idee; overigens ook voor meer gevorderden van leeftijd. Ik denk dat er dan wel een heel sterke binding moet zijn met het hogere doel (een beter milieu, schoon water etc.) en dat daardoor het “missiegevoel”, de persoonlijke roeping (weer) wordt opgewekt. Dat kan de geest van de wat oudere medewerkers ook weer verjongen (en dat is nodig als je minimaal tot 67 “moet”).
    Dus ik zou het niet alleen als tool willen zien maar misschien zelfs als een organisatieconcept. Ik denk dat dat veel innovaties, arbeidsvreugde teweeg kan brengen. Verder heeft het voordeel van een binding met een hoger doel, ipv met een organisatie, het voordeel dat het minder om de persoonlijkheden (ego) draait en weer meer om de (maatschappelijke) effectiviteit en relevantie. Ook legt het weer de verantwoordelijkheden op de juiste plaats.

    Of ik voorbeelden ken: niet zo direct maar ik geloof dat bepaalde adviesbureau’s, projectbureau’s wellicht zo werken of kunnen werken. Ik denk ook dat je als organisatie een bepaalde minimumomvang moet hebben. Anders zijn de dagelijkse problemen groter dan de voordelen. Maar ik denk dat het een mooi principe is.

  • Beste Pascal,
    Wederom dank voor je reactie!
    Leuk om te ervaren dat voortborduren op een thema alleen maar tot mooiere en grotere concepten leidt.
    ‘De persoonlijke roeping': dat spreekt mij aan: daarom doe ik ook dit werk. Dat missiegevoel zou ik veel meer gunnen.

    Met mijn vraag naar voorbeelden doelde ik ook op andere concepten binnen je eigen ‘branche': ik ben bijvoorbeeld benieuwd waar jij denkt dat ‘duurzame winst’ te behalen valt als er tussen gemeenten wordt samengewerkt

  • Mirjam Jochemsen

    Beste Else,
    Zo’n talentenpool is in ontwikkeling bij de waterschappen. In het oktobernummer van Het Waterschap komt een artikel over Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, waarin de directeur vertelt: “Op dit moment wordt bestaande kennis bij elkaar gebracht. We doen dat samen met andere waterschappen die ook grote projecten met primaire keringen hebben. In ons directeurenoverleg bespreken we hoe we slim en effectief gebruik kunnen maken van elkaars kennis en mensen. We bouwen zo een pool op van ervaren krachten die van het ene naar het andere waterschap overstappen.”

  • Pascal

    Else,
    Ik denk dat samenwerking tussen gemeenten uiteindelijk alleen leidt tot sch(r)aalvergroting, daarmee meer afstand tot de burger en een risico inhoudt voor de democratie. Natuurlijk kun je trachten slim samen te werken met elkaar maar bestuur moet voor een burger te begrijpen en herkenbaar in het eigen leven zijn. Anders worden bestuurders maatschappijmanagers (wat voor een belangrijk deel al zo is) en hoe meer managementlagen, hoe minder focus op de effectiviteit (wel op efficientie, maar dat is niet hetzelfde; je kunt heel efficient iets heel ineffectiefs doen bijv. een heel efficient productieproces voor betonnen zwemvestjes). Ook krijg je “meer van hetzelfde”; je wordt er als organisatie bij een bepaalde omvangsgraad niet meer beter van; de verminderde meerwaarde. Ergo, het slaat vaak om in een middel-doelomkering. Samenwerking en schaalvergroting worden doelen en wat ze dienen is meestal niet meer duidelijk. Dat is een tendens die al decennia te zien is en kijk waar we nu staan als Europa….
    Waar ik zelf meer in zie is in het sluiten van allianties en samenwerkingen met andere partijen dan andere gemeenten. Stel een bepaald (lokaal) doel vast en kijk met wie je het best kunt samenwerken. Ik zelf zie veel meer in samenwerkingen met MKB bedrijven, maatschappelijke organisaties. Het gaat toch vooral om het vinden van een (lokaal) gezamenlijk doel, het transparant maken van elkaars belangen en elkaars talenten, en dan samenwerken omdat doel te bereiken. Echter te vaak gaan samenwerkingen stroef of vrijwel niet doordat de belangen van de deelnemrs onder elkaar niet duidelijk zijn. Iedereen zit met de kaarten voor de borst te spelen en is bang dat ze er een duppie meer in stoppen dan een ander. Ook het op het laatse moment nog even “een poot uittrekken van een projectpartner, om kortetermijnvoordelen te halen, komt te vaak voor en is daarmee een ondermijning voor nieuwe samenwerkingen.
    Juist die houding van openheid, respect en elkaar ook wat gunnen zijn nodig om werkelijk effectief te zijn. genoeg werk te doen nog, zou ik zeggen.

  • @Mirjam
    Hoi Mirjam, dank voor de tip: goed om te weten. Goed dat de waterschappen deze stap durven te nemen! Schrijf jij dat artikel?

    @Pascal
    Ik ben het met je eens dat gemeenten samenwerking niet te veel moeten formaliseren. Ze zouden bijvoorbeeld wel veel meer kennis kunnen delen of ontwikkelen. Kleinschalige die veel verschil kunnen maken qua duurzaamheid zijn vaak complex: decentrale energievoorzieningen, afvalprojecten, inkopen. Dus: naar de burger toe laagdrempelig en dienend, en naar partners collectief en daarmee een lans kunnen breken (uiteindelijk ook weer in belang van die burger)? en dan komen idd die partijen die je noemt om de hoek kijken: bedrijven en maatschappelijke organisaties.

    Afijn: hier op een blog is het makkelijk (en leuk) om de wereld te verbeteren ;)

    Er is inderdaad nog veel werk te doen. Ik ga mijn steentje aan bijdragen aan de oplossingen

  • Wat een ijzersterke metafoor.
    Groen doen om oranje beloning te krijgen! (in Spiral Dynamics termen).
    De aanvulling dat je de buit deelt later is congruent met dat groen en daaraan voorbij, maar voor dominant oranje bazen in deze wereld schrikt dat juist weer af. Die stap is er een te ver.
    Juist daarom is deze metafoor zo briljant. Eenmaal verkocht en het samenwerken begint dan zal bij voldoende verbinding en vertrouwen de volgende stap ook wel komen. Juist wanneer de deelnemers ieder op basis van hun eigen vakmanschap participeren.

  • Beste Erick,
    Dank voor je reactie. En ook erg interessant om de metafoor vanuit Spiral Dynamics geanalyseerd te zien. Het is vanuit praktijkervaring geschreven. En het werkt inderdaad zoals jij het zegt: eerst verbinding en vertrouwen kweken en daarna wordt de volgende stap makkelijker. Ook het oranje type zegt dan: „zo, en wat gaan we nu doen? aan de slag?”.

Leave a Reply

  

  

  

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>