Recent kondigde Puma aan dat ze zullen moeten stoppen met leer als grondstof voor hun schoenen. De veehouderij – en daarmee ook de productie van leer – is één van de meest milieuvervuilende bedrijfstakken. Het zorgt voor een hoge CO2 uitstoot, een hoog waterverbruik en ontbossing. En voor leer worden ook nog eens veel schadelijke chemicaliën gebruikt. Daarmee is leer niet meer acceptabel als grondstof voor Puma.

Puma gaat daarom op zoek naar alternatieven. Dat is een ingrijpende keuze, want we hebben het hier wel over de grondstof van één van hun belangrijkste producten. Puma – ook al bekend doordat ze als één van de eerste bedrijven hun milieu-impact in geld uitdrukken en hierover te rapporteren – is hiermee een mooi voorbeeld van de transformatie die momenteel bezig is in het bedrijfsleven: duurzaam en toekomstgericht bezig zijn én je ook kwetsbaar durven opstellen. Jochen Zeits, de CEO van Puma, deed zijn uitspraken tijdens Rio+20 UN Conference on Sustainable Development in Rio de Janeiro en Puma was niet het enige bedrijf dat hier van zich liet horen.

Ook Unilever CEO Paul Polman mengt zich in het strijdtoneel van wereldredders en hield zijn collega bedrijven voor dat ze het belang van het grote geheel – de aarde – vóór het eigenbelang moeten zetten. “Hoe kunnen bedrijven die nog geen actie ondernemen voor duurzaamheid dit uitleggen aan hun aandeelhouders en aan hun eigen familie?” Aldus Polman in Rio de Janeiro. In dit kader kondigde hij aan dat hij zijn inspanningen gaat verdubbelen om samen met NGO’s duurzame verandering in de wereld te bewerkstelligen. En nog meer bedrijven lieten merken dat de rol van business tijdens de conferentie in Rio vele malen groter en positiever is dan tijdens de eerste UN duurzaamheidstop in 1992.

In dezelfde tijd pleitte Tex Gunning, lid van Raad van Bestuur van Akzo in een TV-interview voor verregaande systeemveranderingen in onze maatschappij. “Schulden afboeken en opnieuw beginnen”, is zijn antwoord op de financiële crisis. Ook pleitte hij ervoor het begrip groei te herdefiniëren. Volgens Gunning moet groei gaan om kwaliteit, want de huidige kwantiteit in groei is niet meer haalbaar – is niet meer te dragen door onze aarde. En waarde moet niet meer alleen worden uitgedrukt in geld. Het moet gaan om sociale waarde en waarde voor ons ecosysteem. Akzo spendeert daarom 60% van het R&D budget aan duurzaamheid.

Natuurlijk zijn er altijd nog kanttekeningen te plaatsen bij het wel of niet duurzaam zijn van deze bedrijven in het hier en nu. Maar ik vind dat we deze leiders moeten prijzen voor hun visie en voor het feit dat ze ons een inkijkje gunnen in hun lastige weg naar de noodzakelijke omslag naar duurzaamheid. 

Een tegengesteld geluid konden we horen uit de mond van Peter Terium, CEO van RWE. Hij verdedigde recent de keuze van RWE om te blijven investeren in kolencentrales en kernenergie met argumenten die juist het eigenbelang boven het algemeen belang zetten. Omdat de overheid de markt verpest door subsidies, aldus Terium, is RWE min of meer gedwongen om met technieken te blijven werken die niet duurzaam zijn. En door consumenten erop te wijzen dat er anders prijsstijgingen komen doet hij een poging om de consument te stimuleren ook voor eigenbelang te gaan. RWE staat voor vergelijkbare keuzes als Unilever, Puma en Akzo, alleen kiest dit bedrijf de oude weg. Ik ben benieuwd of Terium het advies van Polman al heeft opgevolgd en zijn keuzes heeft uitgelegd aan zijn familie.

Al deze voorbeelden laten zien dat duurzaamheid urgent geworden is. Duurzaamheid gaat niet meer alleen over de wereld redden, maar is onlosmakelijk verbonden met het zeker stellen van de toekomst van het bedrijf. En slimme bedrijven kijken hierbij naar de lange termijn en durven moedige keuzes te maken. Er is maar één manier om je bedrijf te redden en dat is door je bedrijf onderdeel te maken van de circulaire economie van onze aarde: of wel door de wereld te redden.