“Nu hebben we nog lijm nodig!”, riep een student. We waren niet aan het knutselen, maar zetten de laatste puntjes op de i van het ontwerp voor een nieuw talentprogramma. En met zijn opmerking sloeg hij de spijker op zijn kop (om maar in knutseltermen te blijven).

Er lag een fantastisch programma op de tekentafel, in co-creatie ontwikkeld, vol met elementen als excursies en trainingen. Maar er was geen lijm. Er was geen programmaonderdeel met de gelegenheid om elkaar écht goed te leren kennen. Een diepere kennismaking dan alleen naam en studierichting tijdens een obligaat voorstelrondje. Meer dan constateren dat iedereen student is en een interesse in het talentprogramma heeft. Wat nog miste is om van elkaar horen hoe je je studie vindt, welke ambities je hebt, welke vragen je hebt voor de toekomst. En om van elkaar te leren en feiten uit te wisselen. Hoe is die hoogleraar? Hoe is die stage? Ging je naar het buitenland en hoe was dat?

Tijdens al dat uitwisselen ontstaat er verbinding in het studentennetwerk, de lijm.

“Superbelangrijk voor als je langere tijd met elkaar gaat werken en tot resultaten moet komen”, aldus de studenten.

Lijm is in dit geval tijd en moeite om de ‘ruimte tussen de studenten’ in te vullen. Komen tot een zinvolle en diepere verbinding.

Alle verbindingen hebben lijm nodig. Binnen organisaties, tussen organisaties, in communities en (innovatie eco-) systemen. Verbinding gaat verder dan een snelle inhoudelijke match. Lijm is nodig om met elkaar in een systeem tot gezamenlijk handelen te komen.

Maar wat is dat dan, die verbinding? Waaruit bestaat die lijm? Kun je het meten? Kun je erop sturen?

De lijm bestaat uit iets wat we allemaal in elke samenwerking nodig hebben, maar waar we nog niet echt een naam voor hebben. Je zou het cultuur kunnen noemen. Er zijn vast nog meer benamingen voor. Nora Bateson noemt dit ‘warm data’.

Zij vertelde heel treffend over warm data tijdens de conferentie van R3.0 in de zomer van 2019. Zij vroeg het publiek na te denken over een gezin en wat dat is.

Je kunt zeggen dat een gezin uit de individuele gezinsleden bestaat: de ouders en de kinderen. Maar er is iets in elk gezin wat dat gezin uniek maakt. Iets wat ze samen hebben, iets wat ze bindt. De context die ze samen hebben. En als je dat aan de gezinsleden vraagt zullen ze beamen dat dat er is, maar het niet zo eenvoudig kunnen benoemen. Het gezin is dus de samenstelling van de gezinsleden en dat wat hen bindt.

Daarover dit filmpje. (Even doorspoelen naar 51 minuten, daar begint Nora. Het stukje over gezin is bij ongeveer 1.07)

De definitie van warm data van Nora Bateson: ‘Information about the interrelationships that integrate elements of a complex system’. Het gaat dus over het integreren van elementen, ofwel: lijmen.

Terug naar het talentprogramma. Het netwerk is dus de samenstelling van de teams van studenten die het programma gaan aansturen én dat, wat dat dan ook is, wat hen verbindt.

Als je verandering of transformatie wilt faciliteren, zowel binnen organisaties als tussen organisaties – in systemen – is dat wat er tussen mensen en organisaties plaats vindt essentieel. Het gaat altijd over de interrelationships tussen mensen.

Voor het werken in systemen voor innovatie, vernieuwing en duurzaamheid – zoals ik doe – is het niet genoeg om alleen de benodigde partners op het oog te hebben en ze bij elkaar te brengen. 

Om daadwerkelijk met elkaar tot een verandering te komen is er lijm in dat systeem nodig.

Dat eerst nog losse systeem van bijvoorbeeld ketenpartners moet een gezamenlijke cultuur, lijm, warm data, gaan ontwikkelen met elkaar. Een systeem kun je als buitenstaander niet bouwen. Je kunt alleen de betrokken personen in het systeem bij elkaar brengen en de verbinding faciliteren door tijd en ruimte te maken voor ‘lijm’.

Als changemaker kun je dus wel de lijm faciliteren. Bijvoorbeeld door wezenlijke vragen te stellen die de interrelationship bevorderen. Het is aan de partijen zelf hoe de verbindingen gelegd zullen worden.

Als het verbinden slaagt heb je een groep stakeholders in een systeem die samen een ‘gelijmde community’ vormen. Ze beperken zich niet tot het benoemen van ieders positie in bijvoorbeeld een ketensamenwerking. Ze werken óók samen door de ongrijpbare en onbenoembare lijm, waarvan ze weten dat die er is, maar die ze niet kunnen vastgrijpen.